SCRIPTDESK

De macht aan de makers (1): CineCrowd

Zijn filmmakers handophouders of ondernemers? Verschillende Do It Yourself initiatieven stellen film- en televisiemakers in staat om de hele keten van idee tot distributie in eigen hand te nemen. In deze eerste aflevering Roel van de Weijer van CineCrowd over idealen, de praktijk, en vooral wat het betekent voor scenarioschrijvers.
CineCrowd
Door Maarten Almekinders
Dit artikel verscheen in PLOT, magazine over scenarioschrijven, winter 2012.

CineCrowd presenteerde tijdens het Nederlands Film Festival de eerste films en documentaires die mogelijk zijn gemaakt door bijdragen van het Nederlandse publiek. Initiatiefnemer Roel van de Weijer zei daarover: “Het is eigenlijk bizar dat we met CineCrowd nu al op het Nederlands Film Festival staan. Het eerste project was pas eind april succesvol gefinancierd, dus we waren positief verrast dat we voldoende materiaal hadden voor een volledig blok op het Nederlands Film Festival.”

Het crowdfunding-initiatief heeft in minder dan een jaar tijd 120.000 euro opgehaald voor twaalf films.
Van de Weijer: “Oktober 2010 kwam Floris Parlevliet bij mij met een leuk script. Ik kwam helemaal niet uit de filmwereld maar ik wilde hem helpen zijn film van de grond te krijgen. Ik kende Kickstarter (het crowdfundingplatform voor startende bedrijven, red) en vroeg me af waarom zoiets er niet is voor filmmakers. Je hebt immers visueel materiaal om je droomproject te presenteren en het is makkelijk om tegenprestaties te bedenken voor mensen die je steunen, zoals een dvd van het project of een bezoek aan de set. Het script van Floris was voor ons het startsein om heel hard aan de slag  te gaan en in februari 2011 was CineCrowd online met twee campagnes voor funding  .  We kregen ongelofelijk veel media-aandacht; dat heeft zeker geholpen om aandacht te krijgen voor de filmprojecten die we online hebben staan.

Hoe werkt ‘t?
Iemand komt bij ons met een plan op één A-viertje: het idee voor de film, een eenvoudige begroting en de eerste ideeën over een campagne. Ik denk dat we met één op de vier ideeën door gaan. Niet ieder filmidee is crowdfundable en je kunt pas beginnen als je beeldmateriaal kunt laten zien. De makers moeten vervolgens  tegenprestaties bedenken voor de donateurs, die overeenkomen met de gevoelswaarde van hun investering. Mensen doneren niet € 50 voor enkel een dvd. Als we het plan helemaal hebben doorgesproken gaat het project op de site en start de campagne. Ideaal is een campagne van zestig dagen. In het begin tekenen vooral vrienden en familie in. Tegen het eind van de campagneperiode zie je weer een opleving; als de maker alles op alles zet om het bedrag te halen. Alle projecten hebben het streefbedrag (gemiddeld 10.000 euro) gehaald. We hebben inmiddels wel een naam als betrouwbaar intermediair.

De vraag is natuurlijk of je met 10.000 euro een film kan maken.
Van de Weijer: “Natuurlijk gaat het in de eerste plaats om passie. Veel makers willen die eerste korte film maken voor hun portfolio. Dat betekent niet dat je jezelf niet op de loonlijst zou mogen zetten. Graag zelfs, als dat lukt. Je kunt voor 10.000 euro wel drie dagen draaien met een professionele crew. Ik zie het als een uitbreiding van de  financieringsmogelijkheden voor speelfilms, naast bijvoorbeeld het Filmfonds. Je financiert het eerste deel via je publiek, waarbij je ook een  fanbase opbouwt. Voor latere financiers is dat een belangrijke reden om in te stappen. Een voorbeeld is Deal van Eddie Terstall. Aanvankelijk was dit een korte film, maar Eddie haalde door een waanzinnige campagne ook grotere financiers binnen en heeft nu een lange speelfilm gedraaid.

We hebben wel een probleem, namelijk dat mensen maar één keer in een film investeren en dan zijn ze weer weg. We zoeken nog naar een duurzame basis voor CineCrowd. Zo zijn we nu bezig met het opzetten van een campagne met als doel samen met het publiek een Gouden Kalf te winnen.

Wat potentiële donateurs het meeste aanspreekt, is het persoonlijk verhaal van de maker: waarom wil hij dit verhaal vertellen en waarom nu? Het scheelt als je onderwerp een sterke emotie oproept, zoals bijvoorbeeld seksueel misbruik in een van onze eerste films  Woensdagen, of geweld tegen hulpverleners in Broeder.

Je krijgt meteen feedback van het publiek als je je scenario online zet. Het is aan jou als schrijver of je daar iets mee doet. Maar ik geloof niet dat de scenarist het hele proces gaat trekken, daar moet je toch een soort producent-ambitie voor hebben en schrijvers hebben dat vaak niet. Schrijvers kunnen bij het ontwikkelen van een idee wel nadenken over wat de ‘haakjes’ in het verhaal zijn die de producent kan gebruiken in de campagne. Waarom is dit een persoonlijk verhaal voor mij, of wat is de urgentie ervan? Een goed voorbeeld is een maker die nu naar Tunesië wil om het verhaal van zijn vader te vertellen (Die Welt). Dat is persoonlijk en urgent.”

Robert van Dijk schreef het scenario van Broeder, ook tot stand gekomen dankzij CineCrowd. Van Dijk: “Het project was afgewezen voor NTR Kort! dus ik had het script al. Doordat de film gaat over geweld tegen hulpverleners konden we meteen contact leggen met bedrijven die met dat onderwerp te maken hebben. Die contacten zijn ook enorm nuttig voor je research. Ik ben niet betaald. We wilden zeker weten dat we in zestig dagen het streefbedrag zouden halen, en daarom hebben we het streefbedrag zo laag mogelijk gehouden. Voorheen liet ik de commissie van NTR Kort! beslissen of ik wel of geen film mocht maken. Nu bepaal ik dat zelf. Dat is voor mij de grootste winst.”